De toren van Schier schijnt nog. Foto maken en verder slapen.
30 aug '08
Met het ochtendhoog komt de een na de ander ons voorbij zeilen, allemaal richting Ameland. Zeker een stuk of twaalf.
Even twijfel, zullen we ook? Nee, we hijsen slechts de fok als de vloot voorbij is en volgen de boeien van het nieuwe Smeriggat 'achter' Engelsmanplaat. Ergens tussen de SG 9 en 7 zoeken we de rand van de ondiepte, ankeren zodanig dat we zullen blijven drijven. We kennen de nadelen van die keus op deze plek: de stroom zal sterker worden dan de wind, dus niet klagen als het in de kuip minder warm aanvoelt dan we zouden willen. Het voordeel is dat je rond laagwater de geulen in de buurt kunt verkennen. En dat is ons plan: Smeriggat uit en Holwerderbalg eindje zeewaarts. Ook kijken of er nog een andere geul loopt onder het Rif vanuit het westen gezien? Lopend zouden we die verkenning misschien niet kunnen doen, zonder ongemerkt in het permanent gesloten gebied terecht te komen. Of zouden er bordjes staan, zoals op Simonszand? Na ons komen nog twee (ons bekende) boten in onze buurt liggen, ver genoeg weg voor eigen privacy beleving. Beiden hebben ondieper water opgezocht en gaan dus droogvallen. In de loop van de middag voelen we eindelijk iets van de beloofde temperatuurstijging tot zomerse waarden. De wolken zijn zo goed als verdwenen, het wad is leeg, de wind weliswaar toegenomen, maar voelt prettig.Het huisje op de Engelsmanplaat laat door zich heen kijken en is dus bewoond. Aan de bewegende stipjes vanaf de kust te zien is het weer zo'n typische wadlooptochten dag.
Allemaal ver van ons vandaan. Dichterbij ons met de kijker zijn andere stipjes. Die bewegen minder, dat zijn de honderden zeehonden die op de steile oevers van de Holwerderbalg liggen. Die liggen op (voor ons) verboden gebied, na 1 september mag je daar als wadgebuiker ook weer komen. Als wij er langs varen is het 30 augustus. Ze zijn sinds 15 mei wel langsvaarders gewend lijkt het, ze kijken gezellig terug. De uitgang naar zee lijkt te roerig, ondanks aflandige ZO wind. Ver wagen we ons niet verder die kant op, de enkele prik die op de kaart aangegeven staat is ook niet te bekennen. Een geul onder het Rif, zoals we op Google earth gezien hebben, ontdekken we niet, kennelijk is het water niet laag genoeg om de ingang te traceren. Uitproberen en
vastlopen met deze harde wind riskeren we niet. Dus keren we terug naar ons ankerstekkie, in het voorbijgaan de wadwandelaars van de droogliggende aak uitnodigend voor een gezamenlijk glaasje. We zetten de boot tegen de plaat aan, het is nog een klein uurtje afgaand.Met droge knieen kunnen ze aan boord komen. En zoals het altijd gaat, gezelligheid kent geen tijd. Hun eigen boot is al omringd door het water als de fles leeg is. Met zijn drieen in 'Achterlicht' roei ik ze met stroom mee naar een plek waar ze kunnen staan. Langs de vloedlijn lopen ze stroomopwaarts naar hun eigen boot, die ze gelukkig ook nog met droge opgetrokken broekspijpen kunnen bereiken. In de nacht blijft het waaien, de hemel is helder, vol sterren. Is het de wijn of de buitenlucht? We slapen goed ook al kolkt de stroom om het schip urenlang, ook al hoor je de ketting rammelen in het kluisgat als stroom draait. Vertrouwde geluiden.
31 aug '08
Zondag: het loopt tegen springtij. Ondanks de verlaging van 35cm staat er volgens ons genoeg water voor ons om met 80 cm diepgang door het 'oude', al een paar jaar onbetonde Smeriggat tussen Engelsmanplaat en het Rif door te motoren naar het Westgat. Van daaraf willen we met nog een restje vloedstroom zeilend terug naar Lauwersoog. We zien de anderen terugvaren via het Wierumerwad. Zo'n twee uur voor hoog, de 'toren' heb ik horen zeggen dat er + 70 bij NAP staat op dit moment, gaan we ankerop en volgen de oude, in de gps opgeslagen posities van het laatste jaar
dat de betonning er lag. Alleen in het begin schuren we ergens langs de bodem, voor de rest gaat het prima, deels omdat het oostwaarts altijd al dieper was, deels omdat het water nog stijgende is. Als we bij de oostelijke 'uitgang' zijn is er 20 cm water bijgekomen. Handig al die anderen die aan de toren vragen om een 'waterstandje'. De hele plaat lijkt ondergelopen, boeiende zwermen bewegen zich dansend boven het onderlopende wad.
Zeilend, kruisend redden we het niet op tijd voor een lunchstop bovenwinds van Lauwersoog. De ebstroom begint na twee uur zo krachtig te worden dat we besluiten eerder het anker uit te gooien onder de hoge wal langs de droogvallende kuststrook. Het blijkt een goed uit te pakken. We liggen er nog uren zonnend te lezen, gaan zelfs te water voor enige afkoeling en hebben meelij met de tegenstrooms voortkruipende zeilers in de hoofdgeul. Pas als de tijd gaat dringen in verband met de eindtijd van de sluis zeilen we, zonder tegenstroom, met een enkele andere tot het laatst vaarders, het resterende stukje naar de sluis. De drukte van een zonnig wadweekend is daar allang voorbij.