Verbaasd lees ik in de Volkskrant (07okt2010) een subkop bij een artikel van Eileen Ros: ‘De laatste bemande vuurtorens op de Waddeneilanden dreigen hun wachters te verliezen. Dit tot angst van veel wadvaarders’.Volgens een bestuurslid van de vereniging Wadvaarders bestaat er angst voor de tijd dat vuurtorenwachters niet meer met het blote oog vanaf de Brandaris (Terschelling) en vanaf de vuurtoren van Schiermonnikoog de bewegingen van hun bootjes op het wad kunnen zien. Mijn verbazing komt vooral voort uit het feit dat Wadvaarders een vereniging is van mensen die zich er op voorstaan dat ze vrij en verantwoord het wad op gaan. Goed voorbereid dus. Bovendien met de hedendaagse navigatieapparatuur en communicatiemiddelen is het een fluitje van een cent om nog beter voorbereid van wal te steken en onderweg op de hoogte
te blijven, dus waarom angst?Dat neemt niet weg dat ik mij wel omstandigheden kan voorstellen waarop het prettig is te weten dat er iemand zit te letten op schepen die door het steeds veranderende zeegat moeten varen. Zee op of zee af. Niet te verwarren met wadvaren. Ook kan ik andere redenen bedenken waarom het panoramisch meekijken vanaf de vuurtoren wenselijker is dan het oog gericht houden op diverse beeldschermen, waarbij natuurlijk veel buiten beeld blijft. Dat de vereniging Wadvaarders bang is om buiten beeld te blijven dat wil ik geloven. Niet evenwel dat veel wadvaarders angst hebben om het wad op te gaan zonder ‘meekijker’. Of het moeten eenmaal-per-jaar-Wadvaarders zijn.








.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)






.jpg)
.jpg)



Onze jongste kleinzoon is alweer vijf maanden oud. En kan zijn hoofd nu omhoog houden als hij op zijn buik ligt. Dat geeft een ander beeld van het knaapje. Een prethoofd.